Archief

Portretten

 

 

Duurzaamheid, klimaatverandering, CO2, het opraken van de olie… het lijkt allemaal ver van ons bed, maar is dat wel zo? In deze nieuwe rubriek in Brabants Centrum vertellen plaatsgenoten wat zij er zelf aan doen.

 Deze serie interviews is een initiatief van Lokale Agenda 21 www.lokaleagenda21.nl en Transition Town Boxtel www.transitiontowns.nl.
Meer info over milieugroepen in Boxtel: 06 15173136.

 

Mirjam Bemelmans over een duurzame leefstijl

Niets is onmogelijk

Nummer 1

Tekst: Eric Schoones

Deze serie interviews is een gezamenlijk initiatief van de Lokale Agenda 21 en van Transition Town Boxtel. Lokale Agenda 21 is aardig ingeburgerd, organiseerde veel informatiebijeenkomsten over duurzaamheid en spraakmakende acties, zoals de composteerbakken en de biologische producten telling in de supermarkten. Transition Towns is een betrekkelijk nieuw fenomeen en in Boxtel nog in oprichting. Het doel: van onderop, gezamenlijk met je straat, wijk of dorp iets doen, het duurzame heft lokaal in eigen hand. Die positieve insteek inspireerde Mirjam Bemelmans meteen al bij de eerste informatieavond en inmiddels is ze actief voor Transition Town Boxtel: “Go! De schouders eronder!”

Ze kreeg een milieubewuste leefstijl niet van huis uit mee, zo is het nog niet gelukt haar ouders op te voeden en in haar vroegere werkkring zag ze veel verspilling: “Er rolden ooit 500.000 onbruikbare producten  van de lopende band en niemand kwam op het idee om de machines te stoppen, onbegrijpelijk.” Van haar huidige werk als voetreflexologe komt nog weinig, de zorg voor haar zoontje Polo met diabetes type 1 vraagt de nodige aandacht en met haar eigen Stichting Suikeroom bereikte ze al veel bij de zorgverzekeraars in haar strijd voor een continu glucose sensor voor patiëntjes zoals Polo. Ambitieuze doelen bevallen haar wel: “Nadat ik de film van Al Gore had gezien gingen alle gloeilampen de deur uit en nam ik me voor om in één jaar 5000 bomen te planten.”
Ze is wel geduldiger geworden, neemt nu tijd om te oogsten: “Dat scheelt een hoop energie. We waren echte workaholics, maar nu is er meer tijd voor de kinderen. Ze tellen vogelnestjes in de bomen als we naar school fietsen, daar geniet ik van. Kinderen van nu, met steeds nieuw speelgoed dat even snel weer kapot gaat, zijn trouwens niet makkelijk tevreden en dat proberen we anders te doen.” Ook het wafelijzer van twintig jaar oud kan zich bij Mirjam verheugen in een opgeknapt, tweede leven en de moestuin bij haar huis in Boxtel-Oost, waar op schrale grond alles moeizaam groeit, draagt onbedoeld bij aan een minder jachtige en duurzame levensstijl.

Haar vriend Luc is een gemankeerde uitvinder en bedacht een ventilatiesysteem op zonne-energie. “In huis hebben we al veel duurzaam vertimmerd, maar de zonne-panelen en een warmteterugwinsysteem wachten nog tot de subsidie is aangevraagd.”
Is Boxtel groen genoeg? “Ik verbaas me over hoe gemakkelijk bomen worden gekapt en dat we nu pas plastic gescheiden ophalen. Gelukkig zijn er velen in Boxtel met een groen hart, actief en betrokken, maar we willen graag iedereen laten zien hoe leuk het is om je met groene ideeën in te zetten voor een betere toekomst voor je kinderen.”

 

 

Jos Hermans (De Negenmannen) over de viswijzer

Verantwoorde vis op de kaart

Nummer 2

Tekst: Eric Schoones

De Viswijzer is een handig kaartje, ooit bedacht door het Wereld Natuur Fonds en Stichting De Noordzee, waarmee je in één oogopslag kunt zien of de vis die je koop voldoet aan milieueisen en niet tot uitsterven van soorten leidt. Duizenden mensen lopen er inmiddels mee in de portemonnee of handtas en mede daardoor zal er volgend jaar in supermarkten alleen nog duurzame vis worden verkocht. Maar wat doen de restaurants? We gingen langs bij Jos Hermans van Restaurant de Negenmannen.

Een goed idee, die Viswijzer? “Ja, ik sta er helemaal achter. We zijn er al een jaar of zes in de weer met duurzame vis.” Hij haalt een oorkonde van Euro-Toques – een Europese vereniging van duurzame koks – van de muur, mede ondertekend door zijn leverancier uit Yerseke. Samen verantwoordelijk voor duurzame vis is het devies: ”Ik sta erop en het is een kwestie van vertrouwen, want ik kan het aan de vis niet zien waar hij precies is gevangen.”
Toch staat er Hollandse kabeljauw op de kaart, is dat wel duurzaam? “Die wordt gevangen in Noorse wateren, wèl duurzaam dus, maar zeetong bijvoorbeeld doe ik absoluut niet, ook al wordt er vaak om gevraagd. Klanten begrijpen wel dat het gaat om behoud van de vissen en de visserij en er zijn goede alternatieven.”
En de smaak? “Die is van duurzame vis dikwijls beter. Alleen gekweekte zalm valt vaak tegen en kwekerijen veroorzaken veel vervuiling.”

Jos Hermans werkt al lang met streekproducten van het seizoen: “Dat is soms lastig, maar aardbeien in de winter daar hoef je niet lang over na te denken. Ze smaken niet en ze kosten teveel energie. Toch vraag ik me weleens af of de boontjes van mijn groenteboer uit Middelsbeers, die alleen bestrijdingsmiddelen gebruikt om zijn bedrijf overeind te houden, minder duurzaam zijn dan biologische boontje die worden ingevlogen uit Kenia. Vis halen we sowieso zoveel mogelijk van dichtbij.”
Wat kunnen mensen thuis doen? “Heel veel, vis in de supermarkt gaat de goede kant op, maar het biologisch vlees ligt vaak in een hoekje en de kiloknallers vooraan.”
En wat doet hij zelf thuis? “Tsja, mensen zullen wel zeggen dat ik in een te grote auto rijd.” Voelt hij zich in de gaten gehouden dan? “Nee hoor. November vorig jaar kreeg het eerste restaurant in Nederland het certificaat van “Duurzame vis op de kaart” en daar ga ik ook aan werken.”

Download de Viswijzer op: www.wnf.nl

 

 

Patricia van Rooij over belonen van gewenst gedrag

Omgaan met overvloed

Nummer 3

Tekst: Eric Schoones

Afval scheiden doet ze al heel lang, plastic sinds het op de milieustraat kon worden ingeleverd. “Die ligt op de route naar De Schoffel waar we met vrienden om-en-om de boodschappen voor elkaar halen.” Thuis  is er ook nagedacht over de route, met een kastje van Ikea in de keuken, is het apart houden van plastic, papier en gft eenvoudig en praktisch. De kinderen doen gewoon mee. “Dit soort dingen leren ze gemakkelijk, net als lichten uitdoen, kraan zacht en kort open, niet anders dan je jas ophangen.”

Patricia van Rooij is paardengedragstherapeut, een van de eersten in Nederland: “Goed paardenwelzijn is gebaseerd op hoe het in het wild gaat, als je daar te veel van af wijkt dan krijg je gedragsproblemen. Als herconditionering dan nodig is, dan maak ik gebruik van het belonen van gewenst gedrag, dat werkt heel goed bij dieren maar ook bij mensen!”
Het goede stimuleren, is dat haar filosofie? “Ja, dat werkt. Ik wil geen tweede auto aanschaffen vanwege het milieu maar door een abonnement te nemen op een gedeelde auto, word ik beloond omdat ik zo een stuk goedkoper uit ben.” De regering moet meer doen? “Ja, we leven in overvloed en het is moeilijk om onszelf voldoende te begrenzen, daar zou de overheid een grotere rol in kunnen hebben. Je ziet met het rookverbod dat het kan, de meerderheid houdt zich eraan. En verder de juiste dingen stimuleren, bijvoorbeeld biologisch vlees goedkoper maken dan vlees uit de bio-industrie. Ik eet nauwelijks vlees en uitsluitend biologisch. Als ik wel industrievlees zou eten, zou ik mezelf medeplichtig maken aan het dierenleed.” Maar ze voelt zich geen idealist? “Nee, ik heb niet het gevoel dat ik al heel veel doe.”

Dat kleine beetje plastic wat maakt het uit? “Nee, zo denk ik niet. Het gaat om je houding en stilstaan bij je keuzes. Ik neem in de winkel geen plastic tasjes aan, maar kinderspeelgoed in plastic koop ik nog wel.” Ze stoort zich soms aan onze wegwerpcultuur en op de milieustraat viste ze een gave sjoelbak uit de houtcontainer. “Vroeger zou ik me daarvoor schamen. Ik hoop dat steeds meer mensen de weg naar de tweedehands winkels ontdekken, de Vincentiusvereniging doet goed werk en gelukkig krijgen we hier ook de kringloopwinkel Het Goed.”
Het liefst zou ze zelfvoorzienend zijn: “De energie van zon is zo prachtig, daar zou ik graag meer gebruik van maken. ‘Verbeter de wereld begin bij jezelf’, verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen gedrag, dat vind ik niet altijd gemakkelijk maar wel heel belangrijk.”

 

 

Bewoners van Open Cirkel over duurzaamheid in de wijk

Rekening houden met elkaar

Nummer 4

Tekst: Eric Schoones

Op de eerste tuinzaterdag van het jaar wordt er bij Open Cirkel flink gesnoeid en geharkt. Even tussendoor, aan de keukentafel bij Hans Bleumink, halen initiatiefnemers Gon van Buchem en Jean-Pierre van Eekelen herinneringen op aan de begintijd van dit ecologisch woonproject op Munsel. Een ‘Vereniging van Toekomstige Bewoners’ kreeg de vrije hand om samen met een zelfverkozen duurzame architect en met medewerking van de gemeente, een eigen wijkje van vijftien huizen te bouwen, inclusief een gemeenschappelijke ecologische binnentuin, met een speeltoren voor de kinderen, kruidentuin, kippenhok, rozenperkje en een notenboom, goed voor een gezellig schaduwplekje in de zomer.
Petra Souwerbren, die ook aan de Open Cirkel woont, schuift aan bij het gesprek: “Het idee ontstond op de Kleine Aarde en we vergaderden ons suf, nu doen we dat vooral voor de gezelligheid.”

Dus hier geen rijdende rechter aan de deur om hakketakkende buren te kalmeren? Jean-Pierre lacht: “Toen ik ooit drie zaterdagen niet kon helpen vond ik wel een lading snoeihout op mijn aanhanger met een aardig briefje erbij of ik het even weg wilde brengen.” De sfeer is goed: “Zeker, geen enge sociale controle, niet betuttelend, maar wel betrokken, flexibel en rekening houdend met elkaar.”
Petra: “Iedereen heeft zijn eigen tuin, maar we wilden niet anoniem naast elkaar wonen, dus geen strenge schuttingen, liever wat ruimte.”

Het buurtje blijft jong, voor kinderen is het zeker een paradijsje, maar ook voor alleenwonenden is het er prettig met de gemeenschappelijke tuin als ongedwongen ontmoetingsplaats. Gon: “Als je allemaal achter je eigen voordeur blijft zitten is de stap naar contact veel groter.” Hans: “Als er iets is zijn we er voor elkaar.”
Jaarfeesten worden gezamenlijk gevierd en in de zomer zitten de bewoners aan een lange feestelijk gedekte tafel. Hans: “Toen we hier een paar jaar geleden kwamen wonen waren we al heel snel deelgenoot, dat was heel plezierig.” Petra: “Er wordt vaak gesproken over het gemis aan sociale cohesie in veel wijken.” Hans: “Wij hebben het hier letterlijk een plek gegeven.” Petra: “Ja, hier blijkt dat het ook in deze tijd kan, het ontstaat vanzelf.”

 

 

Kees de Langen over ecologisch tuinieren

Nummer 5

Tekst: Eric Schoones

Op de tuintafel ligt zijn bijbel al op ons te wachten: “Ecologisch tuinieren”, een vuistdikke uitgave van Velt, een Vlaams-Nederlandse vereniging voor ecologisch leven en tuinieren. “Gezond leven op het ritme van de seizoenen, met respect voor de natuur.”
Kees de Langen, in het dagelijks leven docent installatietechniek bij het ROC, is er al twintig jaar mee bezig: “Ik ben door de uitgaven van Velt veel aan de weet gekomen.” En het blijkt gelukkig allemaal niet zo ingewikkeld. Belangrijk is de bodem: vooral niet omspitten, het bodemleven niet verstoren. De grond, vanaf de herfst beschermd met een dikke laag bladeren tegen harde regens, wordt nog eens extra luchtig gemaakt met kruiwagens vol, zelfgemaakte compost en Kees kan zijn handen moeiteloos diep in de aarde steken. Omdat de grond in orde is zijn er ook betrekkelijk weinig ziekten; een rupsenplaag in een paar appelbomen heeft de natuur zelf opgelost. Kees helpt een handje met o.a. schuilplaatsen voor oorwurmen, een milieuvriendelijke bladluizenverdelger en fijn gaas beschermt zijn wortelen, prei en kool tegen de gelijknamige roofvlieg.
Het domein van Kees ligt verscholen achter de fraaie siertuin, het werk van zijn vrouw Nelleke: 120 vierkante meter moestuin omzoomd door manshoge hagen. Verdeeld over 10 perkjes geeft doordachte wisselteelt een goed resultaat: een rijke variatie aan Hollandse groenten. Eigenlijk alles wat Kees en Nelleke lekker vinden, behalve spruitjes: “heerlijk,  maar die vragen teveel ruimte.” Er gaat zo min mogelijk in de diepvries, wintergroenten worden liever ingekuild.
De bordjes bij de kruidenperkjes vertellen dat bijvoorbeeld Majoraan het lekkerst is bij de pasta, rundvlees, kip en pizza. Handig voor in de keuken. Helemaal achterin maakt een kleine kas de tuin compleet, bessen leveren de heerlijkste jam en Kees maakt ook nog eens 35 liter wijn, al is hij  daarover nog niet helemaal tevreden.

Mensen met een paar vierkante meter ruimte in de siertuin adviseert Kees om gewoon te beginnen: “Je kunt er best veel afhalen en sla, boontjes of rode bieten doen het altijd. Er is niets zo heerlijk als vers geplukt meteen op je bord en biologische groeten zijn echt lekkerder. Je moet het niet doen om rijk van te worden. Het is hier een oase van rust, heerlijk ontspannend, met een uurtje schoffelen ben ik helemaal rond en dan is mijn hoofd weer helemaal leeg.”

 

 

Melanie Veuger-Lochte en Annemiek ten Hacken over de deelauto

Nummer  7

Tekst: Eric Schoones

De gemiddelde auto staat 23 uur per dag stil. Financieel en qua ruimte geen goed idee, en zeker voor een tweede auto, als je minder dan 10.000 km per jaar rijdt, is een deelauto een prima alternatief, economisch en ecologisch.
Melanie Veuger-Lochte, op zoek naar een maatschappelijk verantwoorde bezigheid, combineerde drie jaar geleden economisch en ecologisch tot Ecomobil, een deelservice met comfortabele gezinsauto’s voor Boxtel en omstreken. Annemiek ten Hacken was haar eerste klant: “Toen onze oude auto – hij was milieutechnisch niet zo best – aan vervanging toe was kozen we voor de deelauto.” Ze is heel tevreden: “De auto wordt aan de deur gebracht en ook weer opgehaald. Het is een ongelooflijke luxe.” Melanie doet dat op zeer milieuvriendelijke wijze, met de fiets achter op de auto: “Naar klanten in Esch ga ik soms joggen, maar misschien moet ik nog eens een vouwfiets kopen.”

In veel steden is de deelauto een ingeburgerd fenomeen met bijvoorbeeld in Den Haag alleen al een kleine 2000 gebruikers, maar Melanie kent eigenlijk geen collega’s in het land die buiten de stad deze service aanbieden.
Annemiek: “Als de auto niet altijd voor de deur staat ga je wel veel bewuster rijden. We zijn redelijk chaotisch maar het plannen lukt heel goed. We kijken wat het handigst is: trein, fiets of auto. Mijn man is schilder en als hij zijn schilderijen moet wegbrengen is de auto bijvoorbeeld heel handig, net zoals op familiebezoek naar plaatsen waar geen trein of bus komt, maar boodschappen doen we altijd met de fiets.”
En in noodgevallen? Melanie: “Laatst belde een klant die met zijn zoontje om zes uur ’s ochtends naar de huisartsenpost moest, dan probeer je toch te helpen.” En de kosten? Annemiek: ‘Veel mensen denken dat het duur is, maar dat valt erg mee.” Sinds kort heeft Melanie ook een Smart cabrio in de aanbieding. Annemiek lacht: “Ik heb ‘m al een paar keer mee gehad, je zit wel een beetje in een koekblik op wielen maar het is heel erg leuk rijden, hij rijdt 1 op 25 en met de ecostand gaat de motor bij het stoplicht ook eens nog uit.”

Meer info: www.ecomobil.nl

 

 

Marja Verhagen en Susanne Huizenga over fietsen
Vrolijk langs de file

Nummer 8

Tekst: Eric Schoones

Van alle autoritten is een derde korter dan 5 kilometer, en als je voor die ritjes, relatief het meest vervuilend en het meest brandstof verbruikend, de heilige koe op stal laat, kan een gemiddeld gezin zijn CO2-uitstoot met 10% terugbrengen, zo berekende Milieu Centraal recent. Een goed idee voor de landelijke actie 10:10, in 2010 je CO2-uitstoot met 10% omlaag.
De fiets is een prima alternatief voor de auto dichtbij huis. Voor Marja Verhagen en Susanne Huizenga geen tweede auto voor de deur. Marja fietst naar haar werk als medisch secretaresse in het Carolus Ziekenhuis in Den Bosch. Na een uitglijer afgelopen winter kiest ze wel voor carpoolen met een collega als er sneeuw of ijs ligt. Susanne: “Dat is het enige nadeel, de kou is geen probleem, krijg je het lekker warm van, en het regent eigenlijk ook niet vaak.”
Susanne werkt als coördinator voor Het bewaarde land, een natuurbelevingsproject voor basisschoolkinderen van groep vijf en zes. “Ik kan daar niet op de fiets naar toe omdat ik teveel spullen moet meenemen, maar ik zou graag het goede voorbeeld geven.” Susanne heeft hart voor de natuur en haar grote ecologische siertuin, die naar achteren toe steeds wilder wordt, is een paradijs voor vogels. Kikkers en salamanders vinden vanzelf de weg naar de vijver onder de fruitbomen.

Marja: “Een cabrio is wel heel leuk, maar de fiets is zo gemakkelijk. Je zet ‘m overal voor de deur.” Susanne: “Ik gebruik een fietskar voor de boodschappen, want met drie pubers in huis worden fietstassen te klein.” Die fietsen zelf ook? “Jawel, met  de fiets naar Den Bosch is  goedkoper dan bus of trein.” Ook bij de collega’s van Marja op het werk komt er beweging: “Al verklaren de meesten me nog voor gek, ik zie steeds meer collega’s, ook artsen, die met de fiets komen. Vroeger kwam er zelfs eentje uit Culemborg naar Den Bosch met zo’n overdekte ligfiets, zo’n rijdende sigaar. Samen fietsen is vaak wel een stimulans om er aan te beginnen.”
Het kost meer tijd? Marja: “In het dorp ben je meestal sneller en het is tijd voor jezelf. Het is heerlijk, je kop leeg fietsen na het werk. Trouwens, het is ook kicken als het op de A2 weer eens vaststaat, dan doe ik er nog een tandje bij!”

 

 

Annelies Sloots over duurzaamheid op de kleuterschool

Nummer 8

Tekst: Eric Schoones

Oei, een dikke, vette spin in de klas. Paniek, gegil? Nee hoor, de juf laat ‘m rustig over haar arm kruipen en alle kleuters kunnen hem even goed bekijken. Buiten wordt hij weer vrijgelaten. Een paar dagen later komt een van de kinderen enthousiast naar de juf met een gevonden slakje. Annelies Sloots, kleuterjuf bij de Oversteek in Liempde en al veertig jaar in het vak, koestert die momenten: “Ja, die zijn voor mij bijna heilig. Het klinkt hoogdravend, maar zo voelt het wel. Je bent dan zo dicht bij elkaar, daar doe ik het eigenlijk voor. Alle leven is waardevol, we mogen best zuinig zijn op de schepping. En in de opvoeding hoeft je alleen maar consequent het goede voorbeeld te geven.” Zo doet ze niet elke ochtend automatisch het licht aan in de klas, het daglicht valt immers overdadig door de grote ramen van de Oversteek naar binnen. “Kinderen leren door imitatie en herhaling en daarom praat ik af en toe met ze over de zon en het daglicht. Handjes wassen hoeft toch zeker niet altijd met de kraan helemaal open. Het zijn kleine dingen, maar als je de fantasie en de verwondering van kleuters kunt vasthouden dan heb je het goed gedaan.”
Haar eigen dochters wilde ze niet laten opgroeien in het materialistische Amerika en na twee jaar daar kwam ze terug naar Nederland. De saamhorigheid van die ‘heilige momenten’ mist ze nu ook hier. “De gemeenschapszin is een beetje zoek, het is weer veel ieder voor zich. Ik leerde mijn kinderen verder kijken dan je neus lang is. We houden elkaar scherp,” lacht ze. De jaren zeventig waren idealistisch: “We demonstreerden tegen de kruisraketten.” Jaren later bezocht ze enkele Longo maï gemeenschappen in Frankrijk die helemaal zelfvoorzienend zijn en zelfs hun eigen radiozendmast hebben. “Dat maakte grote indruk op mij. Ik zag dat de maatschappij ook anders ingericht zou kunnen worden.”
Bewust levende mensen houden haar bij de les zoals de doen-denkers van Omslag, bekend van het tijdschrift Z.O.Z. Zelf denkt ze weleens over leven in een zelfvoorzienende gemeenschap, maar dat is iets voor na het pensioen. “Nu ben ik na een hele dag met de kleuters ’s avonds echt wel toe aan een beetje rust,” lacht ze. “Nu lees ik “Iedere stap is vrede” van Thich Nhat Hanh, en na een paar bladzijden heb ik dan weer mijn richting.”

 

 

Jay Uyar over kleding

Een tweede leven voor je broeken en jassen

Nummer 9

Tekst: Eric Schoones

Sinds Floortje Dessing begon met haar hippe en groene Nukuhiva kledingwinkels zijn de geitenwollensokken echt passé. Toch blijft kleding qua duurzaamheid een moeilijk onderwerp: de productie van katoen is zeer milieubelastend, synthetische stoffen worden gemaakt van aardolie en de meeste kleding komt uit twijfelachtige naaiateliers ver weg. Toch zijn er lichtpuntjes: de schone kleren campagne, vijf milieukeurmerken voor kleding geven de groene consument een beginnend houvast en de grote ketens gaan steeds meer voor duurzaam met biologische katoen bijvoorbeeld.

‘Doe lang met je kleding’ – we danken per  persoon in Nederland jaarlijks 13 kilo kleding af – is het belangrijkste kledingadvies van Milieu Centraal, en daarom gingen we langs bij Op Maat kledingreparatie van Jay Uyar, in de Prins Hendrikstaat. Op maandag is de winkel gesloten, alle tijd voor een gesprek, maar als de klanten hem zien blijven ze op de deur kloppen. Dus de zaken gaan prima en veel mensen lijken het advies van Milieu Centraal te volgen? Jay: “Ja, meestal vermaak ik kleding die na het lijnen of de sportschool te ruim zit, of door de welvaart een tikje te krap. Naar het ouderwetse verstelwerk is minder vraag, lappen op versleten knieën en ellebogen zie je niet meer zoveel.” Toch haalt Jay nog een broek uit het rek waar een nieuw randje voor langs de broekzak prima uit de dubbele omslag gehaald kan worden. Slim bekeken. “Het is niet alleen goed voor het milieu, maar ook goedkoper dan een nieuwe broek.” Jay heeft er plezier in: “Ik geniet van tevreden klanten als ze hier trots langslopen en het zit weer als gegoten.”

Tien jaar geleden kwam hij met een vriendin naar Nederland. “Dus niet uit economische redenen. Nu is de situatie in Turkije heel moeilijk. Sommigen willen streng islamitisch, anderen meer Westers leven. Duurzaamheid speelt geen grote rol in het dagelijks leven, een liter sojamelk kost vier euro.” Ondanks al zijn kleermakersdiploma’s werkte hij de laatste jaren in Turkije in het toerisme. “Het confectiewerk is daar bijna gestopt, daarom ben ik blij met deze winkel.” Over Nederland is hij heel positief: “De bureaucratie is een probleem, maar ik hou van het contact met de mensen hier.”

Op maat Kledingreparatie, Prins Hendrikstraat 12a, telefoon: 06 28263495
Meer info over duurzame kleding: www.milieucentraal.nl

 

 

Rickelman heeft nog een eigen reparatie-service

Wij repareren bijna alles wat elektrisch is!

Nummer 13

Tekst: Jan Juffermans

In grote rekken staan de gerepareerde apparaten klaar: televisies, computers en printers, video- en dvd-apparatuur, magnetrons en stofzuigers. Met Ad Nouwens, eigenaar van EP:Rickelman, loop ik in de richting van de reparatiewerkplaats, achter de winkel in Selissen.
Wat daar niet staat, zijn bijvoorbeeld gerepareerde wasmachines, droogtrommels en koelkasten, want die worden aan huis gerepareerd; daar ga je niet mee slepen. En dan komen we bij Rinie van Aarle, tussen allemaal gereedschap, meet- en regelapparatuur; dit is de man achter de schermen, die bijna alles kan repareren.
Ad is er trots op dat hij nog een eigen reparatie-service ‘in huis’ heeft. Hij zit nu al ruim 30 jaar in het vak en ziet het echt als een onmisbare service. Weggooien gaat ook hem aan het hart. Het wordt soms wel moeilijk. Arbeid is duurder geworden, apparatuur juist goedkoper. Hij noemt een waterkoker als voorbeeld; als die kapot is dan is een nieuwe al gauw voordeliger. Maar als iemand gehecht is aan bepaalde apparatuur, ook bijna antiek en retro, dan kun je in de Van Beekstraat terecht. Je betaalt wel een bedrag voor het eerste onderzoek; om te kijken wat er aan de hand is en hoe duur de reparatie uitvalt. Pas na overleg wordt er gerepareerd, tenzij het een kleinigheid is natuurlijk. Voor bijvoorbeeld televisies kost het onderzoek 25 euro.  Als het werk is gedaan krijg je 3 maanden garantie.
De tijden zijn ingrijpend veranderd. Er wordt veel te veel weggegooid, omdat mensen niet meer aan reparatie denken, al vaak te horen kregen dat reparatie duurder zou zijn dan een nieuwe, en ook niet weten waar ze nog terecht kunnen. Dat is nu dus voor Boxtel en omgeving recht gezet. Natuurlijk kan niet alles altijd gerepareerd worden. In dat geval hoopt Ad natuurlijk dat mensen bij hem een nieuw product kopen. Een goede stimulans daarvoor is dat het onderzoeksgeld dan niet in rekening wordt gebracht. Een aardige korting.
Hergebruik is bij Rickelman ook aan de orde. Bij inruil komt vaak nog prima apparatuur binnen. Die apparaten zijn er dus ook te koop, met garantie. En als er wat te veel tweedehands televisies in voorraad zijn, dan gaan ze onder andere naar St. Vincentius, voor mensen die te weinig middelen hebben om een nieuwe tv te kunnen betalen. Zo worden in Boxtel ook nog onzichtbare tekorten aan geld gerepareerd.

 

Vindingrijk met hergebruik

Nummer 15

Door Transition Town Boxtel

Riet Tesser uit Liempde is uiterst vindingrijk in het hergebruiken van materialen. Ringbanden van multomappen zijn aan de muren in de schuur gespijkerd en er hangen allerlei dingen aan. Een enorme kunststof zandzak heeft ook een nieuwe bestemming. “ Ik heb er een tafel met een tafelblad van hetzelfde formaat omgekeerd in gestopt, met de poten dus omhoog. Om een soort grote mand te hebben voor al mijn houten latten, want die zijn altijd handig,” legt Riet uit. De randen zijn om de poten heen geslagen en vastgemaakt en aan de onderkant zijn wieltjes gemaakt. “Ik ben een echt wieltjesmens,” lacht Riet. “ Nu kost het me geen enkele moeite om de ‘mand’  te verplaatsen!” De schoffel is voorzien van de steel van een stofzuiger. “Dit houdt veel gemakkelijker vast dan de oorspronkelijke houten steel, die was afgebroken!” De stofzuigerslang  heeft Riet bevestigd aan de pijp die het water van de dakgoot in de regenton leidt. “Anders klettert het water zo in die ton.” In een lange smalle ruimte achter in het huis hangen aan de muren horizontaal in elkaar geschoven tentstokken, waaraan wasrekken hangen met diverse kleren “ Alleen de ringetjes waarin de tentstokken geschoven zijn, heb ik gekocht.” Aan het einde van de gang staat een houten kast. “ Dit is de helft van een houten klerenkast die ik doormidden heb gezaagd. De andere helft staat boven als boekenkast.” Aan de binnenkant van een kastdeur is een klem bevestigd, die Riet van een notitieblok heeft afgehaald, en er zitten wat formulieren tussen geklemd. “ Zo vergeet ik niet waar ik ze heb gelaten.” En ook paraplus krijgen een tweede leven bij Riet. Het doek wordt van het metaal gehaald, in het midden wordt een gat geknipt, het bevestigingsbandje rondom vastgenaaid en voilà: een regencape! Ook buitenshuis weet Riet raad. Op de camping worden natte – wel al uitgewrongen – handdoeken tussen kranten met daaroverheen keukenpapier gelegd, zodat de handdoeken niet in aanraking komen met de kranten. “Erop stampen en alles is droog!” En onder het campingtafeltje is een theedoek bevestigd met vier elastieken aan de hoeken. “ Daar kun je van alles op leggen en het raakt niet zoek.” En met koken zet Riet twee pannen op elkaar met behulp van een kookring. “ Dan houd je de bovenste pan warm en je hebt maar één gaspit nodig. Helaas worden die dingen niet meer gemaakt.”

 

Liefde voor het leven

Door Transition Town

Nummer 16

Hooguit twee vuilnisbakken afval per jaar aan de weg. Marianne Juffermans let goed op de verpakking als ze boodschappen doet. Ze werd zelfs door wijlen Frits Schwarte genoemd tijdens een zittingsavond. “ Hij zei dat ik het theezakje uit elkaar plukte. Papiertje bij het oud papier, de thee op de composthoop en het touwtje bij de vuilnis. Maar hij vergat het nietje! Overigens koop ik altijd losse thee. Maar de theezakjes die ik krijg, die haal ik inderdaad uit elkaar!” De boodschappen doet Marianne  meestal bij biologische boerderij De Schoffel, en  ook regelmatig  bij Albert Heijn. De volkstuin van de familie Juffermans levert namelijk niet voldoende op. “Nee, want er staan vooral dahlia’s van Jan, en verder bessenstruiken, boontjes en we hadden aardappelen, maar de coloradokever kwam erin.” Lang bewaren is geen optie, want in huize Juffermans is geen diepvries. “ Ik ben al drie jaar van plan om  een campingdiepvriesje te kopen, die dan alleen even wordt aangezet, en na gebruik weer  uitgaat, maar dat is er nog steeds niet van gekomen”  legt Marianne uit. De ijskast gaat maar een aantal maanden per jaar aan. De rest van het jaar staan de bederfelijke waren in de aanbouw. In de keuken is een stoofkist, gemaakt van de kast van een oude televisie. “ Ik week de bruine bonen en breng die ’s morgens even aan de kook.  Die gaan dan in de pan in de stoofkist,  gewikkeld in een paardendeken – dat doe ik ook met bietjes en met  rijst – en dan is het ’s avonds klaar. “Als je peulvruchten en granen combineert, dan maakt je lichaam daar een hoogwaardig eiwit van,” legt Marianne uit. “ Maar als je macrobiotisch eet, dan kan er weleens tekort aan vitamine B12 ontstaan.” Zelf eet Marianne niet macrobiotisch. “ Nee, dat vind ik niet zo lekker, en dat is wel erg belangrijk!” Het water dat Marianne gebruikt tijdens het wassen van de groentes, heeft ook een bestemming: het gaat naar de planten. En het water waarmee ik de eieren laat schrikken, gaat in de regenton. Vlees wordt niet gekocht – alleen heel soms een worst voor de schoonzonen. Maar vlees wordt niet gemist in de broodballetjes van Marianne voor vier personen.

Recept broodballetjes:

Je snijdt 4 volkoren boterhammen in kleine blokjes. Weken met  15 gram havervlokken in beetje melk, zodat het de substantie van gehakt heeft. Ui snipperen. Geraspte kaas, zout, peper en nootmuskaat toevoegen. 8 balletjes van maken en in olie bakken in ca. 10 minuten.

 

Sophia Struber al haar hele leven vegetariër

De normaal zaak van de wereld

Tekst: Eric Schoones

Iedereen weet het zo langzamerhand wel: vlees eten is niet best voor het milieu. De milieu-impact van het normale westerse eetpatroon blijkt met teveel dierlijke producten en meer calorieën dan nodig 2,5 keer zo groot te zijn, als het milieu-effect van een voedingskundig uitgebalanceerde maaltijd. Een dagje zonder vlees doet al wonderen voor de CO2-uitstoot, maar er zijn ook mensen die in hun hele leven nog nooit een stukje vlees hebben aangeraakt. Voor Sophia Struber, als kind van twee overtuigde vegetariërs, is het de normaalste zaak van de wereld, afgezien van één keer op een kinderfeestje per ongeluk een worstenbroodje. Moeder Marja legt uit: “We wilden heel bewust de kinderen alleen het beste geven. Niet naar MacDonalds en thuis geen vlees uit de bio-industrie vol hormonen en antibiotica of snoepjes met kleurstoffen. We konden ook niet uitleggen dat er mensen zijn die dieren opeten. Dat begrepen de kinderen helemaal niet.” Ook nu nog geeft het dierenwelzijn voor Sophia de doorslag en ze steunt Wakker Dier met een bedragje elke maand.
Sophia: “Mensen zeggen me heel vaak: ‘je weet niet wat je mist’, maar dat is het hem nou juist, ik mis vlees eten totaal niet! En voor je gezondheid heb je het niet nodig, plantaardige eiwitten zijn ook prima, al moet ik wel van mijn moeder af en toe iets met ei eten.”
Ondanks dat Sophia heel bewust eet is koken niet echt een hobby, al doet ze het wel twee keer per week, net zoals boodschappen doen, en dan vooral biologisch. Ze houdt niet van bonen, het klassieke vegetariërs-menu van graan met peulvruchten blijkt niet aan haar besteed. Nee dan liever een quiche of een Griekse salade met feta en olijven. Maar helemaal bovenaan de lijst op eenzame hoogte blijft de pizza en dan niet de vier seizoenen variant, want “alles van het seizoen is het lekkerst, kost minder energie en je eet niet het hele jaar door hetzelfde.” Zo blijft er genoeg variatie en zo blijft de pizza favoriet, niks aan te doen.

 

 

Lisa Hermus over biologische producten

Lekker en gezond

Tekst: Eric Schoones

Lisa Hermus koopt heel bewust zoveel mogelijk biologisch: niet alleen voeding, maar ook kleding en schoonmaakmiddelen. Toch is het idealisme, het gevoel er de wereld mee te verbeteren een beetje weggezakt. “Het is toch maar een heel klein druppeltje op een gloeiende plaat.”  Maar veel druppeltjes bij elkaar? “Dat is waar, maar we eten nu vooral biologisch omdat het veel gezonder en lekkerder is. Ik ben zelf vegetariër maar vrienden die één keer biologisch vlees geproefd hebben zijn voor altijd om. Ik begrijp niet goed dat er in de beeldvorming over biologische producten niet veel meer aandacht is voor de smaak. Op een biologische picknick kort geleden in Den Bosch zag je veel jonge, eigentijdse mensen. Meestal neem ik de rust om te koken, maar ik koop ook wel eens een kant-en-klaar pizza. Je hoeft niet terug naar af om een beetje duurzaam te leven.”
Haar kinderen, Midas van zes en Olivia van twee, waren een extra reden om te kiezen voor biologisch. “Je wilt ze toch het beste geven, en ze vinden alles lekker, ook het biologisch brood. Ze zijn ook nooit ziek, ik kan het niet bewijzen maar voor mij is er een verband, het is allemaal heel logisch en vanzelfsprekend. Ik kom net terug uit Zweden en daar kun je kindervoeding alleen maar biologisch kopen. Zo ver zijn we hier nog niet.”
Ook dat je dingen van dichtbij haalt is voor Lisa belangrijk. “Biologische kiwi’s uit Nieuw Zeeland, met zoveel vlieguren, daar geloof ik niet in.” Op kantoor, in haar werk als scheidingsmakelaar in Den Bosch zet ze haar klanten uitsluitend biologische producten voor: koffie, thee, cappuccino. “Het is er allemaal en ik krijg heel vaak leuke reacties. Mensen waarderen het, zien het als een beetje extra aandacht, als een hand op je schouder. Met dat beetje extra aandacht redden we misschien niet de wereld, maar wordt het leven wel een stuk aangenamer.”

Een paar sites met meer info over biologisch: www.biogids.nl, www.jeproeftdeaandacht.nl, www.natuurvoeding.nl , www.biologica.nl en www.goodforall.eu.

 

Vooral lekker en gezond eten

Nummer 17

Tekst: Jan Juffermans

Haar tuin rond het huis in Boxtel-Oost is bijzonder; bijna alles wat er groeit en bloeit kun je ook eten. Toch ziet hij er uit als een siertuin. Dat vind Yvonne Hopstaken ook belangrijk. Ze is opgeleid als natuurvoedingsdeskundige en wil in haar werk geen onnodige drempels opwerpen, maar mensen vooral helpen aan lekkere en gezonde maaltijden. Hoe belangrijk dat is, daar is ze mede door eigen ervaring met haar dochter Wieke, vast van overtuigd geraakt. Ze vermijdt nu onnodige toevoegingen en kleurstoffen, die allergie en chronische ziektes kunnen veroorzaken. Eten is immers veruit het belangrijkste voor je gezondheid; je lichaam wordt ermee gevoed en vernieuwd. Zelf ging ze langzaam minder vlees eten en ze kiest biologische producten, als kok ook vanwege de goede kookeigenschappen. In haar programma van catering, kooklessen en workshops gaat ze echter steeds uit van de eigen situatie van mensen. ‘Eet wat bij je past’ is haar uitgangspunt en de naam van haar bedrijf. Op haar site www.eetwatbijjepast.nl kun je haar aantrekkelijke activiteiten-menu  bekijken.
Yvonne is creatief in het bedenken en uitvoeren van evenementen rond natuurlijk eten. Tijdens de Week van de Smaak  verzorgde ze vorig jaar de inhoud van de biologische picknick voor 1000 mensen in ’s-Hertogenbosch. Met een collega heeft ze een idee ontwikkeld en – al uitgeprobeerd – om met ouders en kinderen  aan de slag te gaan om gezond koken en eten te bevorderen.  Ook maken ze samen  een interactieve site over natuurlijk eten: www.kokpit-natuurlijk.nl
40 Procent van de mensen kan niet meer koken, heeft ze onlangs uit onderzoek opgepikt, in supermarkten wordt daar gretig op ingesprongen met relatief dure kant-en-klaar maaltijden en salades, inclusief veel zout, conserveringsmiddelen en extra verpakking. Vooral die grote groep mensen zou ze graag helpen te ontdekken hoe eenvoudig, voordelig en gezond zelf koken is. En daarbij natuurlijk de seizoenen volgen, zodat voedsel dicht bij huis blijft en het eten zeer gevarieerd wordt.

 Recept voor Hummus, vooral lekker op brood
225 gram gekookte kikkererwten, evt. uit blik, 25 gr. apart houden, 2 teentjes knoflook, 5 eetlepels citroensap, 4 eetlepels tahin( sesampasta),  5 eetlepels olijfolie,  ½ theelepel komijnpoeder, paprikapoeder, 2 takjes peterselie, 2 takjes munt.
Pureer alle ingrediënten, behalve de paprikapoeder en takjes peterselie en munt, in een keukenmachine tot een romige massa.  Schep de hummus op een bord. Bedruppel het met wat olijfolie en bestrooi met paprikapoeder. Haal de blaadjes peterselie en munt van de steeltjes en hak ze wat fijn. Garneer de hummus met de achtergehouden kikkererwten en peterselie/munt. Lekker met boerenbrood en een lentesalade van waterkers, groene asperge, hard gekookt ei en aardbei.

 

AFRIKA ALS HET GOEDE VOORBEELD EN INSPIRATIEBRON

Nummer 18

Door Transition Town Boxtel

In hun gezellig ingerichte flat, met veel hergebruikmeubels, heb ik  een gesprek met de zusters Riet en Leny Droogh over het hoe en waarom van hun passie voor hergebruikte spullen. Niet alleen  zichzelf, maar iedereen in hun omgeving voorzien zij van opgeknapt huisraad. De zusters van hun congregatie, de Missiezusters van Onze Lieve Vrouw van Afrika (Witte Zusters) maken daar al vele jaren dankbaar gebruik van, maar ook bijvoorbeeld Hans van Casteren voor zijn project in Roemenië. Ook asielzoekers, die een status hebben worden soms geholpen bij het inrichten van hun huis.

De basis voor hun motivatie om spullen zo goed en zo lang mogelijk te gebruiken ligt in hun levenswerk in Afrika. Dààr hadden ze bijna niets en moesten ze wel efficiënt omgaan met de schaars aanwezige spullen en daar bleken ze heel bedreven in.

Zuster Riet was werkzaam in het ziekenhuis in Nkozi in Uganda, was daar later zelfs jarenlang directrice. Dat ziekenhuis werd in 1940 gesticht door haar congregatie van missiezusters en  werd in de jaren 70 tijdens het bewind van Idi Amin verwoest. Toen de vrede was teruggekeerd hebben ze het samen met de bevolking weer opgebouwd. Ook toen maakten ze zoveel mogelijk gebruik van de oude materialen, die uit de puinhopen gered konden worden. De oude stenen werden schoongebikt en opnieuw gebruikt en van de oude bedden maakten ze bijvoorbeeld afrasteringen.

Samen met de dorpsbewoners maakten ze de omgeving weer leefbaar door zaden te planten van bomen waarvan je alles kon gebruiken; de bladen kon je als spinazie eten en de takken werden gebruikt voor brandhout en vervolgens werden de zaden weer opnieuw gebruikt voor herplanting. Ook de multifunctionele Comefree (smeerwortel-symphitum) werd gezaaid en sojabonen werden gekweekt en verwerkt tot melk voor de baby’s.

Zuster Leny’s werkterrein lag in Rwanda; zij maakte de genocide van dichtbij mee. Zij was oorspronkelijk huishoudlerares, maar bekwaamde zich later in ziekenverzorging en sociaal werk. En ook dààr,  in een land dat lang in oorlog was, was het credo: “roeien met de riemen die je hebt”.

De Witte Zusters zijn een wereldwijde congregatie. Hun werkterrein is in verschillende landen in Afrika. Het is opvallend  dat in de hele congregatie hergebruik, zuinig omgaan met de spullen die je hebt en zoveel mogelijk zaken repareren, een heel normaal verschijnsel is. Als de zusters met pensioen zijn in hun thuisland vinden ze dat ze een luxe leventje hebben, terwijl ze toch hun sobere levensstijl in ere houden want alles wat aan geld over mocht blijven komt weer ten goede aan hun projecten in Afrika.

 

Froukje Strik over groenten kweken met permacultuur

Door Transition Town Boxtel

Nummer 19

Ze is zo vaak verhuisd dat ze de tel kwijtraakte, maar is nu, na zes jaar in Italië, weer terug op Boxtelse bodem, vlak bij waar ze opgroeide. “Ik denk dat ik me voor het eerste van mijn leven ga settelen, het is een beetje thuiskomen ”, zegt ze terwijl ze thee schenkt in haar lichte huis aan de rand van het Sparrenrijk. Als ontwerpster en dochter van een architect – het zit in de genen – is het opknappen, energetische opschonen van huizen, met veel gevoel voor mooie materialen en kleuren, een passie.
De tuin ligt er nog wat desolaat bij. “Ik ben op het moment meer met het huis bezig. Wat ik leer op de cursussen over permacultuur, wil ik toepassen op de renovatie van mijn huis: regenwater opvangen en hergebruiken, isolatie, gebruik van eerlijke en gezonde materialen.” Het is niet zo eenvoudig om permacultuur in een paar woorden uit te leggen. “Het is een ontwerpsysteem, afgekeken van de natuur en gebaseerd op eeuwenoude principes waarbij je duurzaam omgaat met je omgeving. Permacultuur is het meest bekend van de tuinen, maar je kunt het op alles toepassen: het onderwijs, de bouw, gezondheidszorg, in bedrijven. Het gaat erom dat je een veerkrachtig systeem maakt met gesloten kringlopen waarbij alle elementen elkaar versterken, zoals in de natuur. Bladeren voeden de grond, in de natuur bestaat geen afval. Rond een meerjarige, een notenboom of een bessenstruik, plant je groenten, die elkaar op wortelniveau versterken.” De bodem blijkt heel belangrijk: “spitten is uit den boze, dat vernietigt het bodemleven.”
Italië inspireerde. “Ja, waarom zijn we zo dol op Italiaans eten? De recepten zijn eenvoudig, de kracht zit in de kwaliteit van de producten. In Nederland kunnen we die kwaliteit ook krijgen als we de bodem verbeteren. Dan zitten er weer mineralen en vitaminen in ons voedsel: ze zijn gezonder en hebben meer smaak. Met permacultuur krijgt je meer binding met je plek en ook met de tijd. Je eet altijd seizoensgroenten, beter voor je lijf!”
Permacultuur kan ook op je balkon, zelfvoorzienend voor een deel van je behoefte: “Maar wat heb je eigenlijk echt nodig, een fundamentele vraag die we ons te weinig stellen.”
Froukje Strik noemt zichzelf een geboren dienstverlener en de uitgangspunten van permacultuur voelen vertrouwd: zorg goed voor mens en de aarde, en heb aandacht voor grenzen aan consumptie en bevolkingsgroei. “Je niet gedragen als een parasiet op aarde, maar je plek beter achterlaten dan je hem aantrof.”

Eten uit de berm

Door Transition Town Boxtel

Nummer 20

Veel inkopen in de winkel hoeven ze niet te doen. Met hun biologische kruiden- en groentetuin, koeien en kippen, bij hun prachtige authentieke boerderij in Liempde, zijn Marina van Grinsven en haar echtgenoot Dick voor een deel autarkisch.  Twee koeien zijn net geslacht – “Mijn man brengt ze zelf weg, zodat ze niet met zo’n akelig transport mee hoeven.”  En vervolgens is het werk aan de winkel voor Marina. “Alle botten worden gekookt, ik pluis het vlees eraf en daar maak ik bouillon van die ik weck. Hier krijg ik wel zo’n zestig grote potten van en daar ben ik een hele dag mee bezig.” Ook de oude kippen gaan die kant op. “Je kunt zelfs beter oude kippen nemen, want dan wordt de bouillon niet troebel. En die kippen hebben dan wel een mooi leven gehad in alle vrijheid.” De hele kelder staat vol met potten maїs, boontjes, appelcompote, jam, gelei , bouillon en wat dies meer zij. “De appelcompote maakt Marina met bijvoorbeeld sinaasappel en kweepeer. “Ik probeer vaak weer eens iets anders, ik vind het erg leuk om te koken,” zegt Marina. Een deel van de potjes, zoals die met bramenjam,  kweeperengelei, staat in de twee schilderachtige vakantiehuisjes achter de boerderij en zijn bestemd voor de gasten. “Ik heb de leukste baan van de wereld,” lacht Marina. “Al die mensen die in het buitenland een bed and breakfast beginnen… Ik doe het gewoon hier en het loopt heel erg goed!” Wie denkt dat Marina alleen uit haar groente- en kruidentuin plukt, heeft het mis. Ook met zevenblad en brandnetels, die door de meeste mensen worden weggegooid, weet ze raad. Die gaan in een hartige taart.

Marina’s hartige zevenblad- en brandneteltaart

1 gesnipperde ui
1 geperst teentje knoflook
1 tomaat in stukjes
1 handje geroosterde pijnboompitten
Olijfolie
Bladerdeeg
3 eieren
Een pan vol geplukt zevenblad en brandnetel
Zout, peper, kerrie en pizzakruiden
Geraspte kaas
Springvorm 20 cm.

Oven voorverwarmen op 200 C. Springvorm bekleden met bladerdeeg. Zevenblad en brandnetel wassen en laten uitlekken, en opzetten met aanhangend water en daarna slinken in 4 min. Olie verwarmen, uit fruiten, knoflook erbij, mee fruiten. Kerrie toevoegen, totdat die begint te geuren. Stukje tomaat erbij. Uitgelekt zevenblad, brandnetel  en pijnboompitten erbij. Eieren los kloppen met zout en peper en alles door elkaar roeren. Springvorm vullen en bestrooien met geraspte kaas en pizzakruiden. Taart in voorverwarmde oven bakken in ca. 45 min.

 

Gemakkelijke vegetarische hutspot.

En de boodschappen zijn gehaald door de buren.

Door Transition Town Boxtel

Til Baack woont met haar partner Ben van Dieren – hij is beheerder van het terrein en de gebouwen van de voormalige Kleine Aarde – in de Van Cooth-hoeve op het terrein van de Kleine Aarde. Al sinds de opkomst van de Club van Rome realiseert Til zich dat de traditionele energiebronnen eindig zijn en begon er ook direct naar te handelen. Ze woonde toen nog in Tilburg en ging haar etenswaren kopen in het Rode Bietje, destijds een van de eerste biologische groentetuinen in Nederland. Het Rode Bietje was opgericht door Ben. Het biologische leven werd voortgezet toen zij zich 23 jaar geleden vestigden in de Van Cooth-hoeve. Eens in de veertien dagen gaat Til met de auto – “Een van de weinige keren dat ik een auto gebruik!”- boodschappen doen in de biologische boerderij De Schoffel in Lennisheuvel, voor haar eigen gezin en voor de buren. “Zij doen de andere week alle boodschappen. Wij eten vrijwel alles biologisch. Behalve dat het gezonder is en beter voor het milieu, is het ook echt veel lekkerder.” En kwam er ook wel eens wat groente van het terrein van de Kleine Aarde op het bord van de familie in de Van Cooth-hoeve? “Ja, er waren regelmatig boontjes over, of komkommer.” In de mooie natuurlijke tuin die bij de hoeve hoort staan oude fruitbomen en kruiden. Karakteristieke muurtjes met insectenhotels en er huizen salamanders. “Verder hebben we hier veel verschillende vlinders en vogels. Vorige week was er zelfs een sperwer. Onder een grote berk staat een bord met oude appeltjes. “Die staan er voor de merels, maar je kunt er ook nog prima de rode kool mee klaarmaken of gebruiken voor een appeltaart.” Koken doet Til graag. “Mijn favoriete recepten mail ik naar vriendinnen. Ik haal veel uit de Iris-kookboekjes en uit het tijdschrift Smaakmakend. Zo maak ik graag vegetarische hutspot.”

Tils hutspot voor 4 personen:

Je doet wat olijfolie in een hapjespan of wok. Dan 600 gram ui en wortel erbij. Vastkokende aardappel in stukjes doen en even meebakken. Daarna 1,5 dl. bouillon erbij gieten en 1 à 2 theelepels tijm. 15 minuten stoven. Zout en peper erbij doen. Alles in een ovenschaal. Eventueel wat oud brood erover kruimelen. Komijnekaas of gewone kas eroverheen raspen. In de oven.

 

Liever deel van de oplossing, dan van het probleem

Transition Town Boxtel

Nummer 22

Joost van der Pluijm bij Jan van Kemenade in Liempde, die hem de beste kwaliteit vlees levert met minimale klimaatverandering.

Het was wel even wennen. Aanvankelijk kwam er protest. De familie Van der Pluijm, met drie kinderen, eet tegenwoordig nog maar één keer per week vlees, op zondag. Maar dan wel de beste kwaliteit. De belangrijkste redenen ervoor zijn de eigen gezondheid en klimaatverandering. Hoe zit dat precies?
Ongeveer vier jaar geleden dook Joost van der Pluijm in de informatie over gezonde voeding en de relatie met klimaatverandering. Als micro-bioloog was hij al veel langer geïnteresseerd in allerlei milieuvraagstukken, maar nu ging het om de dagelijkse keuzes voor op je eigen bord. Na wikken en wegen werden stevige conclusies getrokken. Twee boeken speelden daarbij een grote rol:  ‘Eet Leef Gezond’ (2009) van dr. Richard Beliveau en dr. Denis Gingras, en ‘Dieren Eten’ (2009) van Jonathan Safran Foer.  Vooral van dierlijke producten blijken we veel te veel te eten om gezond te blijven. Onder andere darmkanker wordt ermee in verband gebracht. Maar Joost keek ook naar andere aspecten. Zoals het feit dat voor de productie van 1 kilo vlees wel 3 tot 12 kilo plantaardig eiwit nodig is. Kijkend naar klimaat-effecten kwam hij tot de conclusie dat biologisch vlees veruit de voorkeur verdient. Dus het werd: minder èn beter vlees. Beter vlees kun je tegenwoordig op vele plaatsen kopen, zoals de Jofra Hoeve en De Schoffel. Joost haalt het bij het biologische bedrijf van Jan van Kemenade in Liempde. Die gebruikt bijvoorbeeld geen kunstmest, waardoor veel CO2  en ook lachgas wordt uitgestoten. Beide veroorzaken klimaatverandering, en lachgas zelfs 300 keer sterker dan CO2. De korte afstand is ook een voordeel; je kunt het vlees op de fiets gaan halen en je kent de producent.  Bovendien speelt voor Joost van der Pluijm mee dat er voor zijn stukje vlees geen mondiaal gesleep nodig is met veevoer, omdat Van Kemenade geen krachtvoer zoals soja aan zijn koeien voert. Minder vervoer betekent ook minder klimaatverandering. ‘Eigenlijk worden vele maatschappelijke kosten lager, als je voor minder en beter vlees kiest’ is zijn bevinding. Ze hebben daarom in feite een heel  logische stap gezet.  En de familie is er intussen al helemaal aan gewend. Joost merkt daarbij nog op dat hij wel eens een uitspraak hoorde, die helemaal van toepassing is op zijn eigen ervaring: ‘Eerst ben je een deel van het probleem, maar je kunt ook een deel van de oplossing worden’. En dat geeft hem een heel goed gevoel!

 

 

Lekker worstelen met vleesvervanging

Door David Andreae TTB

Minder vlees is “in”. Een cijfer van het Voedingscentrum: voor dierlijk eiwit is 10 maal zoveel water nodig dan voor plantaardig eiwit. En rundvlees is bijna “uit”: voor een kilo rundvlees is  15.400 liter water nodig en 13 kilo plantaardig eiwit.

Dorothée Valentijn is zich sinds haar studententijd bewust  van de aanslag van vlees op het milieu. “Het is erg omslachtig: we geven de dieren voer dat we zelf ook kunnen eten, zoals soja uit Zuid-Amerika”. Haar gezin bestaat uit haar man, zoon van 14 en dochter van 12. De laatste vijf jaar eten zij drie dagen per week geen vlees. Haar man kookt eens per week tofu van sojabonen: ketjap en kruiden erbij, goed knapperig bakken, opdienen met rijst en groenten. Dorothée koopt vleesvervangers bij de supers. Er is tegenwoordig een ruime keuze van rond de 30 producten van o.a. de merken Valess en Vivera, zoals burgers, schnitzels en balletjes. Het is vaak trial-and-error: niet alle producten zijn even lekker omdat ze kant en klaar zijn en het is de vraag of de kruiden in de smaak vallen. Toch moet moeder wel zorgen voor afwisseling. “De favorieten bij de kinderen zijn de gehaktballetjes van soja, maar groenteschijfjes en knakworstjes-met-bladerdeeg gaan er ook goed in, zeker bij mijn dochter.” Vleesvervangers zijn snel klaar en kunnen geserveerd worden  met gebakken aardappels, sla of groenten.

Dorothée: “Vlees eten we drie keer per week, maar we willen nu wel stoppen met kip, gezien al die antibiotica die kippen moeten slikken – onze eigen gezondheid speelt ook een belangrijke rol bij onze voedselkeuzes”. Verder houdt driekwart van het gezin van boontjes, sla en rauwkost, soms een ei erbij. Dankzij ook de bijdrage van volkorenbrood, komt het hele gezin aan genoeg eiwitten, ijzer en vitamines. Trouwens, het is dat Dorothée opgroeiende kinderen heeft,  want anders zou ze zelf minder bezig zijn met vlees één-op-één te vervangen. Want zonder vlees krijgen volwassenen al gauw genoeg eiwitten enzovoorts binnen, als ze maar een normale balans vinden met volkorenbrood, granen, groenten en wat zuivel.

Andere volwaardige alternatieven voor vlees zijn peulvruchten (zoals bonen en linzen), noten en zuivel. Maar zuivel heeft ook nadelen voor het milieu, dus ook daarmee moet men ook zuinig zijn. En te veel dierlijk eiwit is zeker niet gezond. Daar heeft de Gezondheidsraad herhaalde malen naar buiten gebracht.

Voor Dorothée is het toch wel eens puzzelen om het iedereen naar z’n/haar zin te maken, maar met minder vlees en zuivel valt heel best te leven. En het is nog goed voor het klimaat ook!

 

 

Zonnig duo

Door David Andrea

Nummer 25

Frank van der Sanden en Ronald Groen delen een passie voor zonne-energie. Hun beide huizen in de buurt van de Vorsenpoel zijn voorzien van respectievelijk 31 en 22  zonnepanelen, gericht op het zuid-zuidwesten. Frank is meer de rekenaar en Ronald de elektricien. Samen hebben ze onderzoek gedaan en in 2010-2011 werden de panelen (deels zelf) geplaatst. Hun leverancier Wij-Willen-Zon gaf 35% korting, wat het toenmalig gebrek aan subsidie mooi compenseerde. Ronald had al eerder 6 panelen met veel subsidie gekocht. Het verschil tussen de oude en de nieuwe panelen is groot. Zowel qua stroomopbrengst als qua prijs, is het snel de goede kant opgegaan.
Ze hebben er veel plezier van, maar toch komt de vraag waarom ze er zoveel tijd en geld in gestopt hebben. Frank: “Ten eerste, het is iets concreet dat ik kan doen voor de toekomst van de mensheid – door zuinig te zijn met energie. Zeker in een tijd dat de landelijke overheid minder doet voor duurzaamheid. Ten tweede, het spaart me geld uit. Je moet wel op de lange termijn kijken: eerst dacht ik in 16 tot 20 jaar mijn investering terug te verdienen. Ik weet dat niet iedereen in de positie is om zo ver vooruit te investeren. Maar dankzij de prijsstijging van olie en stroom is de terugverdientijd nu al ongeveer 10 jaar. Bovendien, wat is tegenwoordig de rente op je spaargeld als je het op de bank zet?”. Ronald stemt in met deze motivatie. De welvaart van de kinderen komt bovenaan zijn lijst. “Ik heb ook het voordeel dat ik het vak versta. De technische kant is voor sommigen een flinke drempel, hoewel de leveranciers steeds betere diensten aanbieden”.
De ervaring en het gevoel dat de zon tot in je meterkast doordringt is geweldig! Frank noemt ook een minpuntje: de panelen zouden wel beter op het dak gelegd kunnen worden. Bij nieuwbouw kan dat veel mooier, dan passen ze perfect op de dakpannen.  “Waarom hebben niet alle nieuwe gebouwen meteen zonnepanelen?” roepen de heren in koor! Hoeveel stroom wekken ze op? Ronald: “Bij mij zit het net onder mijn gebruik. Het motiveert je om meer te besparen: eerst de spaarlampen en nu LED lampen”. Frank: “Ik produceer veel meer dan wat ik gebruik, dus ik heb een mini-stroomcentrale en  lever aan anderen via het net! Met deze goede ervaring geef ik graag adviezen om anderen over de streep te trekken”.

 

Sedumdak Villa  Wilhelmina

Door transition town

Mooi, comfortabel en verrassend. Dat zijn passende woorden om de bed and breakfast van Toine van der Weerden en Monic Holman te omschrijven. Het aantrekkelijke pandje uit 1920 draagt de fraaie naam Villa Wilhelmina, naar de straat waar het aan ligt. Behalve zwarte tinten en gebroken wit, zijn er oranje accenten die met een knipoog verwijzen naar koningin Wilhelmina. Evenals de Wilhelmina-portretjes aan de muur, compleet met rococolijstjes. Een charmant doorkijkje van de eethoek naar de keuken biedt uitzicht op het schilderachtige woonhuis uit 1922 van Toine en Monic en de oude bomen in de tuin. Beide panden hebben een eigen stijl, maar passen goed bij elkaar.

Zowel het woonhuis als villa Wilhelmina heeft extra geїsoleerde muren, zonnecollectoren  en is voorzien van sedumdaken. “Zo’n sedumdak is een verademing tussen alle zwarte mastiekdaken in,” zegt Toine. “Als de plantjes in bloei staan, ziet het er schitterend uit en dan komen er bijen en hommels op af. De bijenhoudersvereniging is er blij mee! Verder zitten er ook veel vogels, die op jacht zijn naar insecten.” Het onderhoud blijkt minimaal te zijn. “Je gaat om de paar maanden het dak op en dan trek je de kleine boompjes eruit. Dat is alles. Het dak gaat trouwens veel langer mee door de vetplantjes, want die beschermen het dak goed tegen het uv-licht. En als het mooi weer is, dan ligt mijn dochter hier weleens in de zon; dat zou niet kunnen op een dak van mastiek.”

Villa Wilhelmina en het woonhuis zijn allebei voorzien van gaskachels, wat de gasrekening van Toine en Monic een stuk heeft verlaagd. “Je zet hem alleen aan als je in de betreffende kamer bent,” legt Toine uit. “Anders staan ze altijd uit.” Wat minder milieuvriendelijk zijn de sauna en de hottub. “Maar de hottub is wel erg goed geїsoleerd, want als het sneeuwt, dan smelt er rondom de hottub helemaal niets! En de sauna heeft een extra isolerende laag.”
In Villa Wilhelmina en het woonhuis staan onder meer prachtig opgeknapte meubels uit de kringloopwinkel, krijgertjes van buren, familie en vrienden. “Het televisiemeubel was ooit een commode en het bureautje was een kaptafel. Spiegel eraf, zwart geschilderd en klaar is Kees!”
www.villawilhelmina.nl